De vormgeving en beschrijving van dit project zijn in bewerking. Binnenkort verwijst deze pagina door naar de website Pantanova.nl
Met het project Pantanova onderzoekt Daglicht Productie de mogelijkheid om in Zuid-Holland biomassateelt op te zetten via de introductie van twee nieuwe landbouwgewassen voor de regio: industriehennep en olifantsgras. Het concept voorziet in het vastleggen van CO2 en reductie van broeikasgassen door de jaarlijkse oogst in te zetten als herwinbare energiebron, te verwerken tot klimaatneutraal bouwmateriaal en te benutten als uitgangsmateriaal voor groene chemie.
Het Pantanova-concept gaat uit van de productie van hoogwaardige biomassa op braakliggend gebied en professionele landbouw op de Zuid-Hollandse Eilanden, waarvoor de agglomeratie Rotterdam-Delft-Den Haag de afzetmarkt vormt. Het concept slaat een brug tussen het grootstedelijk gebied en de omringende agrarische regio. Hiermee past Pantanova in de nieuwe economie die is gericht op een maatschappelijk verantwoorde economische groei die zijn wortels in de landbouw vindt.
De bio-economie berust op de toepassing van grondstoffen van agrarische of dierlijke oorsprong. Voor de agrarische sector is hier een prominente rol weggelegd. Deze notie vraagt om nieuwe verbindingen tussen het stedelijk gebied en het omliggende platteland die nieuwe gemeenschappelijke waarden creëren. Het Pantanova-concept volgt het paradigma van duurzame ontwikkeling waarin het streven niet langer primair is gericht op korte termijnwinst, maar op het onderkennen van gezamenlijke economische, sociale en maatschappelijke waarden voor alle betrokkenen.
Leidend hierin zijn de invulling van verantwoordelijkheden door bedrijven, overheden, instituties en particulieren in het werkgebied. De inzet is gericht op het bereiken van een sociaal-ecologisch evenwicht dat niet ten koste van komende generaties gaat. In Nederland, Rotterdam in het bijzonder, wordt het (bedrijfs)economisch beleid de komende jaren bepaald door het terugdringen van de voorheen ongebreidelde emissie van broeikasgassen in het haven- en industriecomplex.
Vanuit dit perspectief behoeven de regionale vraag naar herwinbare energie en de urgentie om op passende schaal herwinbare bronnen industrieel te exploiteren alle aandacht. Het kortetermijndoel van het Pantanova-project is bij te dragen aan de Rotterdamse klimaatambitie om in 2025 de uitstoot van kooldioxide te hebben teruggebracht tot 12 megaton, pakweg de helft van wat de stad in 1990 nog emiteerde. Het langetermijndoel is de uitstoot van broeikasgassen blijvend te reduceren door metropolitane biomassa breed beschikbaar te maken en groene werkgelegenheid te realiseren.
Metropolitane landbouw
Het Pantanova-concept berust op metropolitane landbouw. Dit principe gaat uit van de markt die wordt gevormd door het nabije stedelijke gebied dat de vraag naar agrarische productie stuurt. Het lokaal sluiten van voedsel- en materiaalkringlopen biedt een antwoord op de vraag hoe de groei van transport voor alledaagse levensbehoeften en het gebruik van fossiele energie kan worden beperkt.
Door grondstof in de nabijheid van de verwerking en afzet te vinden wordt milieuwinst behaald door beperking van transport en als aanvulling op het verstoken van steenkool. De uitstoot van broeikasgassen door het logistieke- en productieproces blijft zo beperkt. Hoewel onder invloed van het groeiende klimaatbesef maatschappelijk verantwoord ondernemen een vlucht neemt is de inzet voor brede toepassing van biobased grondstoffen en het faciliteren van industriële toepassing van hoogwaardige biomassa nog geen gemeengoed.
Om nut en noodzaak van metropolitane biomassateelt bij producenten, fabrikanten, overheden en consumenten tussen de oren te krijgen moeten niet alleen akkers en braakliggend terrein worden omgeploegd. Dit geldt vooral voor het gedachtegoed dat het bedrijfseconomisch streven naar kortetermijnwinst een beginsel vormt om blijvende welvaart te verschaffen.
Herwinbare energie en bouwmateriaal
Het Rotterdam Climate Initiative en de gelieerde programma’s Bioport Rotterdam en Clean Tech Delta richten zich op beperking van de CO2-uitstoot, de verwaarding van biomassa en de toepassing van schone klimaattechnologie. Deze actuele beleidsomgeving schetst de contouren van de vraag naar duurzame materialen, zoals voor de klimaatbestendige woningbouw die in het werkgebied op stapel staat.
Tegen dit decor geeft het Pantanova-concept de aanzet tot de jaarlijkse regionale productie van twee herwinbare energiebronnen en tot realisatie van een geclusterde productieketen voor klimaatbestendige (bouw)materialen, zoals isolatieproducten, beton en bouwblokken, plaatmateriaal en biocompositen.
Lokaal geproduceerde biomassa is in de vorm van hennep al vijf maanden na de oogst toepasbaar als bijstook in steenkoolcentrales. Voor olifantsgras is deze termijn maximaal twee jaar. Voor realisatie van het Pantanova-concept wordt biomassa bij voorkeur op de hoogste trede van de waardepiramide ingezet. Zodra de techniek hiervoor is uitontwikkeld komt deze metropolitane biomassa ook beschikbaar voor de productie van tweede generatie biobrandstof.
In een later stadium mag de oogst ook worden benut voor meer hoogwaardige vormen van bioraffinage zoals farmacie. Voor de liefhebbers liggen nog producten in het verschiet zoals verpakkingsmateriaal, papier, technisch- en geotextiel, vormdelen, filtermateriaal, schuurmiddelen, producten voor lichaamsverzorging, dierbenodigdheden, veevoeder en desgewenst ook humane voedingsproducten. Een meer veelzijdig toepasbare biobased bron dan hennep is nog niet ontdekt, zelfs niet met algenkweek.
Het Pantanova-concept legt dan ook de historische vraag voor of metropolitane biomassateelt structureel kan bijdragen aan de beschikbaarheid van hoogwaardige grondstoffen voor industriële toepassingen om nieuwe groene werkgelegenheid te genereren en zo meerwaarde te bereiken binnen een agglomeratie die als de meest vervuilde in Europa is aangemerkt.
Hiermee ligt ook de uitdaging voor of vanuit dit concept voldoende marketingkracht kan worden opgebracht om biobased producten concurrerend af te zetten in bestaande markten. Realisatie van Fase 1 zal op deze vragen antwoord geven.
Voor Rotterdam ligt binnen deze transitie en voor realisatie van Pantanova een sleutelpositie onder handbereik. Zuid-Holland biedt immers optimale mogelijkheden om de bio-economie tot wasdom te brengen, gegeven de agrarische, industriële en logistieke infrastructuur binnen een beleidsomgeving die duurzame economische ontwikkeling de hoogste prioriteit geeft.
Herwinbare grondstof
Het Pantanova-concept berust op biomassateelt via akkerbouw en vrije teelt op braakliggende gronden en saneringslocaties. De teelt van de twee gewassen die voor realisatie van het concept zijn geselecteerd wordt in de Europese Unie gestimuleerd omdat zo grondstof voor de bio-economie wordt geproduceerd.
In het bijzonder wordt hennep (Cannabis sativa Linnaeus, o.a. USO31, Chamaeleon, Fenola, Fedora) beschouwd als leverancier van een superieure natuurvezel met een hoge treksterkte en als bron voor de winning van cellulose en lignine.
Vezelhennep is een oeroud cultuurgewas dat mag worden gezien als de ultieme grondstof voor cradle-to-cradle productie, mede door de milieuvriendelijke teelt die weinig bemesting en geen bestrijdingsmiddelen vereist. Hennep heeft tegelijk een zuiverende en stabiliserende werking op de teeltbodem.
Ook de teelt van olifantsgras (Miscanthus x Giganteus) wordt door Brussel als duurzaam aangemerkt. Olifantsgras is een meerjarig gewas dat nog meer dan hennep geschikt is voor teelt op minder vruchtbare grond. Beide plantsoorten lenen zich uitstekend voor stabilisatie van de teeltgrond.
Hoeksche Waard
Voor een gezonde metropolitane biobusiness is voldoende teeltareaal in de regio vereist. Voor realisatie van het Pantanova-concept biedt Zuid-Holland locaties in overvloed, in aanvulling op en niet ten koste van bestaande landbouwgrond. Onder de rook van Rotterdam zoekt de Hoeksche Waard mogelijkheden om de intensieve landbouw te verduurzamen. De hennepteelt past hier goed in het bestaande vruchtwisselingsprogramma van akkerbouwers.
In de regio heroriënteert Royal Cosun zich sinds 2004 op haar agrarische activiteiten nadat de suikerfabriek in Puttershoek werd stilgelegd. Cosun ziet mogelijkheden voor de afzet van suikerbiet voor de productie van biobrandstof in de Europoort. Partijen zoeken een passende herbestemming voor buitendijks gelegen het bedrijfsterrein, dat een insteekhaven vanaf de Oude Maas heeft waarmee transport via binnenvaart haalbaar is. De gemeente Binnenmaas staat welwillend tegenover de ontwikkeling van een nieuw havengerelateerd bedrijvencluster op deze locatie.
De teelt van vezelhennep op de Zuid-Hollandse Eilanden biedt een waardevolle aanvulling op de verplichte vruchtwisseling van akkerbouwbedrijven. De intensieve landbouw wordt zo verduurzaamd en de kwaliteit van de teeltbodem neemt toe waardoor de navrucht een hogere opbrengst biedt.
Naar de kern
Het Rathenau Instituut ziet voor het Rotterdamse haven- en industriecomplex een voortrekkersrol weggelegd als maritiem transferium voor biomassa en als de belangrijkste productielocatie voor groene chemie in Noordwest-Europa. Behalve geïmporteerde laagwaardige biomassa gaat lokaal geproduceerde hoogwaardige biomassa hier op enig moment een rol van betekenis spelen.
Het rapport Naar de Kern van de Bio-economie (2011) wijst overigens nauwelijks in op de mogelijkheden die de hennepteelt voor de Europese Unie biedt. Niettemin verbouwen akkerbouwbedrijven in zeker twaalf lidstaten jaarlijks een areaal van circa 15.000 hectare met diverse industriële henneprassen.
In het onafhankelijke rapport De Biobased Economie in Zuid-Holland doen het Landbouw Economisch Instituut en de Kennisalliantie de heldere aanbeveling om vraaggestuurde biobased bedrijfsketens op te zetten en hiervoor de benodigde financiering te organiseren. Dit is precies waar het Pantanova-concept in Fase 1 op is gericht.
De ontwikkeling van de bioraffinage in de regio zal op termijn sterk worden beïnvloed door de onomkeerbare prijsstijging van aardolie, de afhankelijkheid en schaarste van exotische biomassa en de CO2-tax.
Tegelijk staat vast dat Nederland en West-Europa voor de overgang naar de bio-economie tot in lengte van jaren op import van grondstof via zeetransport aangewezen blijven. Vanuit het adagium think global, act local verdient de productie van veelzijdig toepasbare metropolitane biomassa dus een serieuze kans.
Eigentijdse toepassingen
In Nederland vond de teelt van hennep zijn Waterloo in 1938 bij Lekkerkerk. In dezelfde regio gloort onder invloed van het klimaatvraagstuk sinds 2010 een nieuwe industriële toekomst voor de sterke natuurvezel die deze plant levert. Vanuit de ontwikkeling van de Tweede Maasvlakte werkt een consortium met Rijkswaterstaat, het Havenbedrijf Rotterdam, Gemeentewerken, Witteveen+Bos en Boskalis samen met Green Gran en Anome Projects aan oeverbescherming.
Om erosie door golfslag tegen te gaan is tussen de Euromax en de Gate Terminal als alternatief voor basalt een beschermingsmat van biocomposiet aangebracht waarin hennepvezel als bewapening is verwerkt, vergelijkbaar met betonconstructies die met ijzer zijn versterkt.
Deze eigentijdse toepassing van natuurvezel geeft een regionaal voorbeeld waarmee de waarde voor de nieuwe economie mag zijn geduid, nog afgezien van de vele honderdduizenden auto’s in Europa die sinds begin deze eeuw zijn uitgerust met dashboards van hennep. De mogelijkheden voor toepassing die deze oersterke vezel in petto heeft zijn legio en blijven niet beperkt tot een enkele industriesector (zie ook download onderaan deze pagina).
Dagblad De Pers wijdde in mei 2011 een artikel aan de hennepteelt in de provincie Groningen, waar twee hennepvezelproducenten zijn gevestigd. Voor realisatie van het Pantanova-concept zal gebruik worden gemaakt van bestaande agrarische kennis van de hennepteelt en van de procestechniek voor de primaire stroverwerking.
Teeltlocaties
Via het Pantanova-concept merkt Rijkswaterstaat de teelt van hennep en olifantsgras sinds 2011 aan als voorbeeld binnen het programma Tijdelijk Anders Bestemmen (TAB), dat wordt uitgevoerd met Deltares, het InnovatieNetwerk en Curnet. Braakliggende locaties komen via het TAB-programma in aanmerking voor tijdelijke biomassateelt. Olifantsgras en hennep kunnen ook worden verbouwd op arealen die minder aantrekkelijk voor enige andere bestemming zijn.
Een areaal hennep mag worden beschouwd als productiebos. Een hectare legt jaarlijks evenveel CO2 vast als een volwassen bosaanplant in vijftien jaar. Bovendien bieden hennepvezel en hennephout superieure eigenschappen en toepassingen die al op korte termijn aanleiding tot procesinnovaties geven en tastbare producten opleveren.
Biomassateelt via het Pantanova-concept biedt tegelijk een optie voor de CO2-balans van bedrijven en overheden. Op termijn zijn mogelijk zelfs uitstootrechten via biomassateelt te verzilveren, zoals gangbaar is via deelneming in het Nationaal Groenfonds of het Nationaal Bossenfonds.
Per 2013 treedt ook in de Europese Unie het Emission Trading System in werking, maar het is nog onzeker of Nederland hieraan zal deelnemen. Thans is al wel een systeem voor domestic offset in voorbereiding, waarmee bedrijven ook nationaal uitstootrechten kunnen verdienen.
Groene bodemsanering
In het gebied ten noordwesten van Rotterdam en elders in Nederland rust op talrijke locaties een saneringsopgave. Sommige grondstukken zijn in het verleden benut als loswal voor baggerslib tot in 1987 op de Maasvlakte de Slufter in gebruik werd genomen. Op sommige voormalige stortlocaties is nog altijd sprake van uitstroom van kankerverwekkende stoffen zoals drins en dioxine. Saneringsteelt met olifantsgras en hennep kan hier soelaas bieden.
Medio jaren 1990 wees onderzoek uit dat hennep zich goed leent voor saneringsteelt op vervuilde grond. Als zodanig was het gewas na de kernramp van 1987 in Tsjernobyl al succesvol beproefd. Behalve voor groene bodemsanering (fytoremediatie) leent hennep zich heel goed voor opwaarderen van het bodemsubstraat (fytostabilisatie) van uitgeputte landbouwgrond of ander braakliggend terrein.
Het wortelgebied van hennep kan zich tot meer dan een meter diep ontwikkelen waardoor de bodem na circa vijf jaar aansluitende teelt schoon kan zijn. Zo worden kosten bespaard op de gangbare en dure methoden voor bodemsanering en worden via ecosysteemdiensten en landschapsontwikkeling meer nieuwe waarden gecreëerd.
De combinatie van productie van hoogwaardige biomassa, het afvangen van fijnstof, zuurstofproductie en het vastleggen van CO2 maakt dat ook via groene bodemsanering sprake is van multifunctionele metropolitane landbouw.
Tegenwind
Vanaf de jaren 1930 hebben belangen in de Amerikaanse fossiele economie de industriële toepassing van natuurvezel voor de productie van textiel, papier en plastics volledig gemarginaliseerd. Zo werden onder meer de plannen van Henry Ford gedwarsboomd om de bio-economie leven in te blazen na de introductie van diens auto van hennep in 1941. Ook de T-Ford bestond toen al voor een groot deel uit onderdelen die van hennepplastic waren gemaakt.
Hoe de hennepteelt het aflegde tegen de exploitatie van aardolie en steenkool staat beschreven in The Emperor Wears No Clothes, een uitputtend gedocumenteerd journalistiek meesterwerk van wijlen de Amerikaanse milieuactivist Jack Herer.
Tegenwoordig worden de bestaande belangen in de fossiele economie onder meer belichaamd door mondiaal opererende bedrijven als Shell en DuPont. De filosofie van winstmaximalisatie die deze multinationals volgen is nog altijd dominant en zet zo de toon voor de economie in de westerse wereld, maar ook in opkomende economiën.
De olieproductie wordt tegelijk op zo’n peil gehouden dat winstgevendheid verzekerd blijft. Bij een lage olieprijs stijgt de vraag naar hun product en hiermee de winst, bij een hoge olieprijs daalt de vraag maar stijgt de winst door gerichte beprijzing.
Tel hierbij de morus in de financiële sector op en er ontstaat een beeld van een perverse economische realiteit die van directe invloed op het klimaat is. Verstrengeling van keystones binnen het oude kapitalisme leidt er toe dat binnen de bedrijfsvoering nog steeds niet altijd rekening wordt gehouden met de leefomstandigheden voor komende generaties.
Afgewacht moet dus worden in hoeverre biomassa in de 21ste eeuw een rol van betekenis voor de bio-economie mag spelen en in hoeverre hierin ook hennep een plaats krijgt toebedeeld om werkendeweg de beoogde ingrijpende maar noodzakelijke veranderingen te verwezenlijken.
Geschiedenis
Totdat de exploitatie van aardolie de verwaarding van de hennepplant eind 19e eeuw begon te verdringen vormden de staten Kentucky, Missouri en Illinois de drie belangrijkste productiegebieden van dit akkerbouwgewas in de westerse wereld.
Hiermee was Noord-Amerika de welvaartsontwikkeling in Europa gevolgd die gelijk op was gegaan met de toepassing van eikenhout en hennep voor de scheepvaart. In Europa, maar eeuwen eerder in China, had hennep royaal bijgedragen aan de verspreiding van de boekdrukkunst, de Verlichting en de hoogconjunctuur die tot de Renaissance leidde.
Sinds 1937 richt het Amerikaanse overheidsbeleid zich op het wereldwijd uitroeien van de cannabisplant. Hoewel anno 2012 in sommige staten de teelt van marihuana na grote maatschappelijke druk onder een milder regiem valt, houdt het Witte Huis nog altijd de rem op de agrarische akkerbouw van hemp. Dit ontmoedigingsbeleid voert terug tot de Marihuana Tax Act.
Om de binnenlandse economie tijdens de Tweede Wereloorlog aan de praat te houden moedigde het Departement van Landbouw de hennepteelt nog wel een tijdje aan onder het motto Hemp for Victory. Maar kort daarna werd de plant onder het label marihuana en Indian Hemp opnieuw bestempeld als killer weed en neergezet als schietschijf voor de War on Drugs.
De gevechtshandelingen in dit verband dienen volgens de Verenigde Naties als verloren te worden beschouwd (zie download onderaan deze pagina). Veel meer weldenkende mensen beschouwen de heksenjacht op cannabis als sociaal ontwrichtend en maatschappelijk contraproductief. Interessant te weten is dat Al Gore met de kennis van nu zijn tabaksteelt maar wat graag door hennepteelt zou vervangen, maar dit nog altijd niet openlijk durft te belijden.
Vanuit bestaande economische belangen wordt dikwijls gewezen op de associatie die hennep met psychoactieve cannabis heeft. Tegelijk mag duidelijk zijn dat de familieband tussen hennep en marihuana vooral om criminele, politieke en arbitraire morele overwegingen levend wordt gehouden via onzichtbare kruisverbanden die de bestaande machtsverhoudingen bepalen.
Showcases
Ook in Europa worden openlijke loftuitingen over de zegeningen die hennep eeuwenlang als biobased grondstof heeft gebracht nog niet soepel als politiek correct beschouwd. Vaak is domweg sprake van een kennisachterstand. Deze lacune kan door het lezen van dit en honderden andere artikelen op internet overigens snel worden ingevuld.
Met grootschalige teelt van hennep en toepassing voor industriële doeleinden zou wereldwijd via lokale kringlopen uitzonderlijk veel CO2 kunnen worden vastgelegd. Deze ambachtelijke agrarische activiteit zou even gangbaar kunnen zijn als het fokken van schapen, de visserij, of het telen van rijst, graan, maïs, suikerbiet en aardappelen. Zolang hennep niet wordt erkend als natuurlijke delfstof die ons in de schoot wordt geworpen blijft een natuurlijk instrumentarium om klimaatverandering te beperken onbenut.
Het Pantanova-concept staat daarom voor een maatschappelijke bejegening van hennep die wordt bepaald door showcases, zoals Henry Fords hennepauto, de eigentijdse Lotus Eco Elyse, maar ook voorbeelden van woningen van hennep en het bouwen ervan, of het Rotterdamse het oeverproject MV2. Om te beginnen door in Zuid-Holland initiatieven te nemen die verder reiken dan elders op beperkte schaal zijn genomen.
Vanuit het Pantanova-concept is de perceptie op hennep dat de door Washington aangejaagde verkettering van deze plant dient te worden beschouwd als bijkomende schade van de wereldwijde oorlogvoering tegen drugs. Behalve voor metropolitane biomassateelt van hennep staat Pantanova dus ook voor de mondiale emancipatie van de cannabisplant.
Rottestroom
Cultuurhistorisch beschouwd sluit hernieuwde exploitatie van hennep via reguliere akkerbouw naadloos aan bij de eeuwenlange hennepteelt in de regio en hiermee bij de ontwikkeling van de Rotterdamse haven. De geschiedschrijving van Rotterdam leert dat het estuarium van de Maas en de samenloop van de grote rivieren tot aan Lopik eeuwenlang behalve een laagveengebied ook een hennepdelta hebben gevormd.
Vast staat ook dat de combinatie eikenhout-hennep de regio en Nederland via de scheepsbouw en handel een hoog welvaartsniveau heeft gebracht, net als de winning van turf voor brandstof feitelijk de start van het fossiele tijdperk heeft ingeluid.
Vrijwel iedere Nederlander weet dat Rotterdam is ontstaan uit het vissers- en handelsdorp Rotta aan de Maas, dat was gelegen aan de monding van veenrivier de Rotte. Deze waterloop verbindt de stad tegenwoordig met Gouda. Op de vraag waar de Rotte haar naam aan te danken heeft hebben historici noch etymologen een sluitend antwoord.
De Rotte vormde zich als natuurlijke waterloop in het veen- en moerasgebied dat de Maasdelta 2.500 jaar voor onze jaartelling vormde. Al voor het jaar 1.000 kreeg de waterloop namen mee als Rottestroom en Roode A (zie download onderaan). Deze aanduidingen lijken te verwijzen naar de hennepteelt die hier al in de vroege middeleeuwen plaatsvond. Ook elders in Nederland verwijzen geografische en familienamen en naar de hennepteelt van voeger, zoals het Rottepolderplein bij Haarlem en De Kempen in Brabant.
Al in de middeleeuwen (500-1.500) rootten keuterboeren gemaaide hennepstengels en bossen vlas in stilstaand water rond hun akkers. Zodra de oogst klaar voor verdere verwerking was werden de stengels gebroken om over de hekel te worden gehaald. De boeren staken hun afgedamde rootsloten dan weer door en loosden het hels stinkende water collectief op doorgaande veenriviertjes, die veelal uitmondden in de doorgaande rivier die op de Maas uitkwam. Dit luchtte letterlijk op, want de geschiedschrijving leert dat de stank van het bedorven water adembenemend moet zijn geweest.
Pas na de handmatige scheiding van het stro konden de gehekelde vezel en gebraakte houtjes verder worden verwerkt. De schilder, de kleermaker, de boekdrukker, de spinster, de wever, de olieman en de touwslager stroopten maar wat graag de mouwen op, bij voorbeeld om op de lijnbaan toegevoegde waarde te maken en hun familie van belegd brood te voorzien.
Welvaart
In de Gouden Eeuw vormde de Zaanstreek het epicentrum van de hennepteelt in Europa, dat later verschoof naar Rusland. Aan het begin van de 17e eeuw kwam tsaar Peter de Grote in Nederland de scheepsbouw en de hennepteelt afkijken. Sint Petersburg groeide vervolgens uit tot havenstad en het meest welvarende productiegebied van hennep in Europa. Maar ondertussen ook tot een hoogstaande cultureel centrum waar muziek, beeldende kunst en architectuur tot grote hoogten stegen.
In Nederland herinnert de dependance van de Hermitage in Amsterdam nog aan de welvaart en de culturele bloei die de houtkap en de hennepteelt beide landen heeft gebracht. In Rotterdam zijn dit de stedeband met Sint Petersburg en het standbeeld van zijn naamgever aan de Willemskade.
Via de ontwikkeling van de scheepsbouw en de internationale handelsvaart kwamen ook de VOC en de WIC tot grote bloei en hiermee de Rotterdamse haven. Met het kappen van bomen in het grote rivierengebied en de verwerking van hennep - de aardolie van voor het fossiele tijdperk - werd het fundament onder de huidige positie van de Rotterdamse haven gelegd. De uitvinding van de stoommachine luidde het industriële tijdperk in. Zeilen op schepen, en mankracht en paarden werden vervangen door machines, die aanvankelijk op op hout en later op steenkool werden gestookt.
Aanloop naar Pantanova
Op uitnodiging van de CTD-Innovatiepijler heeft Daglicht samen met het Projectbureau Stadshavens in september 2010 de werkgroep Vezelhennep in het leven geroepen. Deze heeft in december 2010 een projectvoorstel voor groene bodemsanering met vezelhennep uitgebracht aan de CTD-Kerngroep.
De deelnemers aan de werkgroep waren Eric-Jan Wesemann (Projectbureau Stadshavens), Robert Eikelenboom (Eneco), Bas Verstijnen (Estrade-Vestia), Otto Friebel (AVR Van Gansewinkel Groep), Duzan Doepel (DSA), Bernardo Korenberg (OBR), Jos Streng (dS+V) en René Sauveur namens Daglicht Productie.
Thans onderzoekt het Havenbedrijf Rotterdam of het Pantanova-concept een haalbare business case kan opleveren voor biomassateelt op gereserveerde terreinen. Hiermee zou metropolitane biomassateelt van hennep en olifantsgras aansluiten bij het beleidsprogramma Bioport Rotterdam.
Meer over hennep
Over de achtergrond van de vezelhennepteelt in Nederland leest u meer op deze website in de categorie Projecten onder de tabs Natuurvezel Unie en HempFlax. Binnenkort komt een gerichte website voor Pantanova beschikbaar. Aanvullend op bovenstaande tekst treft u hieronder nog enkele lezenswaardige downloads aan.
Rathenau_Bio-economie_2011 (849.8 KiB, 520 hits),
Structuurvisie_HoekscheWaard_2008 (5.4 MiB, 457 hits),
nova-Institut_Bio_economy (367.4 KiB, 577 hits),
Hoeksche_Waard_Agrolab.pdf (2.3 MiB, 559 hits),
Rotterdamse Energie - Aanpak en Planning (5.8 MiB, 527 hits),
HempFlax_DePers_03052011.pdf (137.3 KiB, 538 hits),
de_Rottestroom_G.Rijken (5.6 MiB, 590 hits)
Biobased Economy in ZH - Lei/Kennisalliantie (1021.2 KiB, 331 hits)
Harvard Business Review: Michael Porter's Shared Value (476.5 KiB, 382 hits)
Harvard Business Review: Michael Porter's The Link Between (386.9 KiB, 362 hits)
VN bepleit einde War on Drugs (184.6 KiB, 652 hits)
Pantanova_keynote (1.2 MiB, 543 hits)